Zwemtraining op vakantie : puur op techniek

Vakantie betekent niet : stoppen met sporten. Gelukkig wéét het lief ondertussen al dat ik gewoon onrustig word als ik niet genoeg kan bewegen. En omgekeerd vindt hij het dan weer zalig dat hij een  paar uurtjes rustig kan lezen of schaken.

Zo trok ik vandaag naar het zwembad van Bayeux. Er waren 2 zwembaden, eentje voor de baantjestrekkers en een soort kinderbad om te spelen. Het eerste was een 25 meter bad waarvan voor de heflt van het bad baantjes lagen. Er waren heel weinig mensen en ik zag nog een baan zonder zwemmen. Toch even gevraagd of ik er in mocht, je weet maar nooit dat het gereserveerd was of zo. Maar nee, de hele baan was voor mij ! Joehoe !

SAM_1390

Er was merkelijk minder volk toen ik kwam zwemmen. Deze foto was van de dag ervoor, toen ik eens ging “piepen” of ik daar wel kon zwemmen.

Ik besloot om nog eens te trainen op “ritme”. Het moment dat mijn arm in het water komt tot die arm er weer uit komt (vrije slag) moet worden verkort en mijn drijffase moet worden verlengd. Ik heb de slechte gewoonte om alles ongeveer even lang te doen. Dat oogt wel mooi en rustig maar is wellicht niet zo efficient. Het was mijn collega Sport die me er op wees. Hup, in één keer dat water wegduwen ! Verder oefende ik ook met de ‘slaghand’, wie ooit training gevolgd heeft kent de oefening : je tikt gewoon je hand voor je zodat die heel even samen naast elkaar zijn (en niet, zoals bij mij te vaak gebeurt, dat de andere hand al aan de beweging begonnen is).

Beide oefeneningen (die eigenlijk complementair zijn) lukten goed ! Oef !

Thuis gekomen keek ik nog eens naar een video over techniek en de meest voorkomende fouten. Meteen zag ik ‘een bekende’ : de overrole ! Ik kreeg meteen ook een goede tip : zorgen dat er nog één oog in het water blijft. Geen idee of ik dat onder de knie ga krijgen, maar ik kan alvast zorgen dat ik minder met mijn lichaam ‘rol’ in het water !

Onderstaande video toont veel voorkomende fouten. Ik heb alvast nog werk !

Evaluatie van mijn zwemtechniek

Het voordeel van het werken op een middelbare school is dat de variatie aan specialisten groot is. (Universitaire) biologen, scheikundigen, fysici, wiskundeleraren, taal- en letterkundigen, zelfs de Dichter van het Vaderlands is mijn collega !

Maar goed, dus evengoed specialisten in … atletiek ! En een ander in crawlzwemmen.

Dus vroeg ik aan mijn collega of hij mij tips kon geven voor wat mijn techniek crawl betrof. En zo kreeg ik, gratis en voor niets, advies. (De man in kwestie is professioneel ook te huur, het (gratis) voordeel als het je collega is natuurlijk !).

Het werd een fantastische les, omdat hij ‘zo’ zag waar ik ‘gigantische’ winst kon maken.

  1. Ritme
    Ik blijk mijn hele slag nogal in hetzelfde ritme te doen. De rotatie van mijn arm is bij wijze van spreken heel gelijkmatig. Klinkt goed, maar is het niet. Eenmaal in het water moet ik ‘klap’ goed doorduwen op dat water en langer ‘uitdrijven’ als die klap gedaan is. (Voor leken : de beweging onder water moet snel gebeuren, vervolgens, als je arm helemaal terug in het water is moet je even ‘glijden’).
  2. Uithaal
    Ik haal mijn hand er op hoogte van mijn heup uit. Ik heb dat zo geleerd in de zwemclub. Niet goed dus, die arm moet nog een stuk verder, zo ver mogelijk, zodat de stuwing zo groot mogelijk is. (hoe meer kracht op het water hoe sneller je gaat). 

Met deze twee tips zwom ik inderdaad sneller. Het is wennen en het wordt nog heel wat oefenen. Mijn zwemtechniek is goed (maar dat is relatief) maar kan beter. Ik besef meer en meer hoe technisch dat allemaal is. De ‘klapoefening’ blijft voor mij een goede oefening : arm gestrekt, klap op je ene hand en dan pas uithalen. De meeste zwemmers zullen die oefening wel kennen.

Maar samengevat : zo’n evaluatie is sterk aan te bevelen. Een gespecialiseerd oog ziet onmiddellijk ‘daar kan het beter’. Het zijn details, op de manier waarop ik normaal zwem kan ik ook kilometers zwemmen.
En het blijft niet bij die ene les ! Geweldig !