Redders gezocht !

“Mijn” zwembad zit in crisis ! Dat was al een tijdlang zo, want Scherpenheuvel wil niet langer investeren in z’n zwembad en gaat tot sluiting over. In 2016. Dus oef, we kunnen nog wat verder !

Maar nee, nu gaan ze de uren NOG inkrimpen en het totale aantal zwemmers op 49 bregen. De reden ? Omdat er geen redders genoeg zijn. Dus wie zonder werk zit of tijd over en een centje wil bij verdienen : meld u aan als redder en maak heel wat zwemmers gelukkig !

Alleen vrees ik dat dit niet het hele (politieke) verhaal is en het tekort aan redders gewoon een excuus is om geld te verdienen aan zieke werknemers. Ze niet vervangen is veel goedkoper. En wie ligt er nu wakker van een zwemmer zonder zwembad ?

 

Bestaat een fysieke burnout ?

 

Zoals veel sporters heb ik een vorm van regelmaat in mijn sporten. De ene dag doe ik dit, de andere dag iets anders en ik volg een plan. Het plan van de voorbije maanden was het aanhouden van conditie waaronder minimaal 10 km kunnen lopen, 2 uur aan een stuk MTB, 1 uur zwemmen en nu en dan een fikse wandeling. Op die manier sportte ik minimaal  zo’n 5 uur per week, met 3 looptrainingen (maar geen 3 keer 10 km). Dat was ‘het onderhoud’. Dat werd dan aangevuld met zwemmen (meestal maar een half uur) of een wandeling, kortom : waar ik zin in had. Sporten blijft voor mij in eerste instantie een kwestie van plezier aan hebben en bewegen. Als ik bij tijden liever fiets, dan doe ik dat, of iets anders. Maar in zekere zin behoud ik wel al die ‘sporten’.

Tot ik vorige week aan mijn training begon (schema 10 M) en 7 km moest lopen. 7 km, dat is niets nieuws voor mij en dat had ik de voorbije weken en maanden meermaals (en langer) gelopen. Ik zit trouwens nog in de ‘opbouw’ ; dus geeneens snel (ik kon beter).

Maar het lukte niet. Na 2 km zat ik er al ongeveer door. Dan maar 2 km lopen afgewisseld met 2 minuten wandelen. Iedereen heeft wel eens een offday. Een paar dagen probeerde ik het opnieuw. Zelfde verhaal. Nog een paar dagen (rustdag ertussen) : weer van dat. Hartslagwaarden waren nochtans normaal : rond de 145. Dat is prima voor mij.

Gisteren ben ik uit pure ellende maar gaan fietsen. Na het lopen van 3 km. Dat fietsen lukte wel (gelukkig !).

Zou er zoiets bestaan als een fysieke burn-out ? Want daar lijkt het wel op. Het is alsof dat lichaam gewoon zegt ‘nee, er wordt niet meer gelopen’. Het is ook geen kwestie van motivatie, want ik wil wel. Ik heb het meeste motivatie nodig om te beginnen en meestal loopt het na 2 km stukken beter.

Ben ik oververmoeid ? Die kans zit erin. Maar naar mijn aanvoelen ben ik al jaren oververmoeid, ik ben een chronische slechtslaper met een al even chronische slechtslaper echtgenoot (wat niet bevorderlijk is voor de nachtrust).

Ik vind dit moeilijk te aanvaarden en in de wetenschap dat niet trainen alleen maar conditieverlies betekent wil ik daar echt tegenin gaan. Geen idee of dat wijs is. Het voorlopige plan is om meer te sporten (frequentie) en minder lange sessie te houden. Ik hoop ook door het fietsen en het zwemmen het een en ander op te vangen.

Maar het blijft vreemd. Zo’n lichaam dat zegt ‘gedaan ermee’.

lopen op wilskracht of motivatie

Ik heb een aantal weken niet gelopen. Voor ‘echte’ lopers is dat wellicht hetzelfde als rusten, maar dat was het hier niet. Ik had er gewoon geen zin meer in, ik vond andere sporten leuker, vooral in het water dan !

Nu kan ik gelukkig wel redelijk snel herbeginnen en toen ik twee weken geleden opnieuw begon merkte ik dat dat inderdaad nog lukte : dié afstand aan dié snelheid. Ik had een wat tragere snelheid genomen, kwestie van die looprustperiode wat te respecteren.  Maar het was één en al lopen op wilskracht. Jaja, het lukte. Misschien zou het de volgende keer beter gaan ? Niet echt. Maar het lukte, weerom op wilskracht. Nog een keer en een tandje bijgezet en ook dat lukte. Maar mijn lichaam en geest voelden het toch een beetje als marteling aan. Nu kan je zo’n dingen doen bij een wedstrijd, maar keer op keer op zo’n manier trainen, dan is alle plezier er toch af.

Ik moest ook toegeven : de loopconditie was achteruit gegaan. De zwemconditie vooruit, dat zeker, maar het blijft een andere sport.

Hoe zou ik mezelf weer gemotiveerd krijgen en plezier in het lopen krijgen ? Minder lang lopen ? Trager (Nog trager ???). Ik moest iets verzinnen waardoor ik niet het gevoel had op mijn limiet te lopen maar anderzijds ook vordering te maken. En dan is het antwoord natuurlijk : schema !

Via Peter had ik allerlei MP’3 schema’s gekregen gaande van 5 tot 10 km, 10 Miles, halve marathon en zelfs een hele marathon. Ik besloot om die van 5 tot 10 op mijn MP3-speler te zetten en het plan werkt.

Ik doe voorlopig nog twee trainingen in één, omdat ik de 10 wel degelijk kan lopen. Ik bouw dus iets sneller op. Omdat ik al geen beginner ben en al veel kilometers in de benen heb, denk ik dat mijn benen de belasting van twee trainingen wel aankunnen. Er zal vast een moment komen waar ik maar één training per keer doe.

De motivatie is terug en het fijne van zo’n schema is dat je op het eind kan zeggen : dit heb ik weer gedaan (en ik lig niet half dood). Dit was plezant.  En volgende keer doen we er een stukje bovenop.

Ik twijfel er niet aan dat ik de 10 km opnieuw zonder frustratie zal kunnen lopen. In de lente liep ik wedstrijden van boven de 10 km (Ten Miles, Rondje Tilburg, Flow loop…). Zo lang is dat ook niet geleden. Misschien kan ik tussendoor ook een beetje aan snelheid werken. Een beetje, een heel klein beetje, want overmoedig zijn kan uitpakken in demotivatie als het niet lukt of blessures bij overbelasting.

Het is superlang geleden dat ik nog eens een schema had met minuten wandelen daarin. Aanvankelijk had ik er moeite mee, alsof je terug naar het eerste leerjaar gaat. Maar toen bedacht ik so what, ondertussen heb ik weer lekker plezier bij het lopen en loop ik strakjes weer schoon mijn wedstrijden van tien en meer kilometer !

wanneer komt het goed weer ?

Trainen is ook plannen, want een mens heeft (spijtig !?) genoeg meer te doen dan enkel te sporten !

En dan nog ! Ten huize Kaat is er sportconcurrentie ! Ten eerste met badminton (toch iets helemaal anders, maar je kan er knap moe van worden en omgekeerd ben je niet meer zo fris voor een wedstrijd na een looptraining) en ten tweede …. het lief.

Nee, het lief is geen sporttak op zich, maar als het lief in beweging wil komen… dan kan ik niet anders dan enthousiast zijn.

 

Met een lief dat als  favoriete sport ‘schaken’ heeft en bij alle andere sporten beweert dat ‘rust’ het belangrijkste in een sportschema is, is een uitnodiging tot ‘bewegingssport’ een niet te missen event.

Maar het lief plant niet. Vraag ik een paar keer ‘heb je plannen voor het weekend’, dan is het antwoord steevast ‘dingetjes’ waarmee hij meestal wat gerommel op zijn bureau bedoelt. Of schaken. Tegen een virtueel iemand dan nog wel !

En plots wou hij zondagmiddag toch gaan wandelen. Met Aktivia. En ware dit niet juist het moment dat mijn looptraining gepland was !

Niks aan te doen dus : eerst een tweetal uur wandelen in regen en wind om dan drijfnat thuis te komen en …. de loopkleren aan te doen om vervolgens aan een looptraining te beginnen. Tja, terug op de loopband, spijtig genoeg. Maar na 2 uur regen had ik het wel gehad. Gelukkig voelde ik me na het uurtje lopen herboren alsof het weer mij niets kon doen. Spijtig genoeg is daar niets van waar, want mijn hele wezen snak naar een flink pak zon. Hoge temperaturen hoeven niet, maar wel licht en zon ! Zodat er ook lange fietstochten kunnen gemaakt worden waarbij ik mij helemaal laat gaan in afstand en tussendoor zalig van een terrasje geniet. Half mei ! Come on ! Als dit nog lang duurt weten we niet meer wat ‘goed weer’ betekent !

20130512polaroid

bewondering en een beetje afgunst

Vandaag stond er 15 km op het schema van de Ten Miles, het hoogste getal tot nu toe. Het vorige ‘hoge’ getal was 14 km, enkele weken geleden. Via Ascis had ik een mailtje gekregen dat deze week de ‘wedstrijdsimulatie’ was, dus een realistische afstand (1 km minder dan de 16) aan een tempo dat 7 sec per kilometer lager lag.

Aan mijn laag tempo duren 15 km echt wel lang en na 12,5 km was ik het echt kotsbeu. Ik vroeg me af of het gebrek aan conditie was, gebrek aan motivatie, beide of wat dan ook. Maar ik gaf niet op. Ik haalde de truc van de rekensommen naar boven : nog zoveel kilometer te gaan, dat is 1/5, 1/6 … aan zoveel minuten per kilometer dat is zoveel minuten. Het zijn manieren om mijn aandacht van de saaiheid af te leiden.

Tussendoor dacht ik ook nog eens aan al die lopers die niet kunnen wachten om te gaan lopen (Wendy ! Ruth ! Julie !) of zij voor wie een marathonafstand eerder aan de korte kant is (Veerle ! Philip ! Julie – hé, die hebben we al gehad !). Of die zeer regelmatige lopers als Chris en Katrien. Of Peter die zo snel is, zijn snelheid is anderhalve keer zoveel ! (de som van deze rekenoefeningen is altijd ‘Peter was er al geweest’) En dan Bart De Wever, die gaat daar sneller lopen dan ik (maar ik hou wel mijn tong binnen !). Toen ik alle sommen zo ongeveer af had en ik mentaal heel wat lopers had voorbij zien ‘flitsen’ ging de ‘bib’ van 15 km. Ha ! Gedaan ! Finito ! Schluss !

“Hoe was het lopen ?”, vroeg het lief. “Het is afgelopen” zei ik. En meer valt er ook niet over te zeggen. Voorlopig.

Het gaat (niet helemaal) lukken

Gisteren een loopje van 14 km gedaan. Geen gewoonte voor mij, laat ons zeggen dat ik er de laatste 6 maanden maximaal, en niet eens veel, van 10 km deed. 5 km was meer standaard, meerdere keren, kwestie van de conditie erin te houden, gecombineerd met andere sporten.

Maar enkele weken geleden werd het nieuwe schema geprint én werd er langer gelopen. Tot mijn grote genoegen gaat dat allemaal goed. Mij zal je nooit horen zeggen dat lopen géén inspanning kost, maar het is juist die grens tussen ontspanning en best wel inspanning die het leuk maakt. Moest er geen inspanning zijn (en gezucht, gezweet en aftellen) dan zou de voldoening ook niet zo groot zijn. Of de voortgang.

Kilometergewijs gaat dat dus goed, ik zit volledig op schema. Ik had gisteren evengoed al 16 km gelopen. Maar snelheidsgewijs blijf ik mijn bedenkingen hebben bij dat schema, al liep ik die 14 km gisteren weer aan méér dan een minuut sneller per kilometer dan aangegeven. Ik kan maar niet geloven dat ik, als ik het schema volg (op snelheid), de wedstrijd kan lopen op de door hen voorgestelde snelheid. Zoveel trager lopen op trainingen en dan plots zoveel sneller presteren op een wedstrijd.

Volgens het lief – dat overigens geen loper is – gaat zo’n schema ervan uit dat je op een wedstrijd écht sneller loopt en ‘alles geeft’ en dat er daardoor toch wel een marge is tussen trainingstempo en wedstrijdstempo. Die marge zou dan het verschil verklaren. Een andere opmerking – niet van het lief – is dat als je traint op wedstrijdtempo je eigenlijk al doodmoe bent als je aan de wedstrijd begint, want dan heb je al bijna x aantal keren die wedstrijd gelopen nog voor hij begonnen is.

Bij mij loopt het anders. Ik loop eigenlijk nooit sneller op een wedstrijd dan op een training. Ik heb duurlopen  die behoorlijk sneller zijn dan wedstrijden van dezelfde afstand en dezelfde periode. Misschien komt het door de zenuwen. Door de faalangst. Ben ik een beetje de kluts kwijt, verbruik ik veel energie tijdens een wedstrijd door niet ontspannen te lopen. Geen idee wat ik daar kan aan doen. Een beetje relaxter zijn, ja.

Dus stel ik mijn plannen wat bij. Ik zal – het is nog ongeveer een maand ? – de snelheid nog iets opdrijven wat mijn trainingen betreft, daar is zeker nog marge. Ik ga er vanuit dat ik de opgegeven tijd niet zal halen en verander mijn doel voornamelijk in het uitlopen en genieten. Maar bovenal ‘leer’ ik dat ik mijn schema anders moet laten opstellen. Een snellere eindtijd vooropstellen zodat de trainingen ook al wat sneller geprogrammeerd zijn.

Gelukkig heb ik er nog dik veel goesting in, ondanks het slechte weer, ondanks het feit dat wij hier ten Huize Kaat ook niet verstoken zijn geweest van langdurende kwellingen aan luchtwegen. Ik heb me nog nooit een echte loper gevoeld, maar het blijft fascineren en op de een of andere manier blijf ik het maar doen, ondanks veel gesakker, veel zweet en (meestal toch) veel moeite.

beetje hopeloos

Tijdens de winter ben ik niet zoveel buiten gaan sporten en ben ik maar ‘vergeten’ dat ik een Garmin had. De smartphone doet ook werk en op de loopband en andere toestellen is er eigen machinerie die snelheid, cadans, en wat is het nog allemaal, bijhoudt.

Ik had al weken problemen met mijn Garmin gehad en zag dat er gewerkt werd aan de Garminsite. Ik hoopte dus op een wonder als ik ‘m ooit opnieuw zou connecteren. Maar nee, mijn pc herkent de Garmin (opent netjes het programma) maar bij het uploaden ‘vindt hij geen toestel’.

Alle mogelijke zaken al geprobeerd, terug op fabrieksinstellingen gezet, nieuwe drivers gedownload, nieuwe plugins enzovoort.

In normale omstandigheden koop ik dan gewoon een nieuw toestel. Kapot is kapot. Maar

  1. Die Garmin werkt op zich nog helemaal goed
  2. wie zegt dat het niet aan de software ligt ?
  3. Het is al net hetzelfde probleem met de 2de Garmin die we hier in huis hebben

Dus is het kopen van een nieuwe Garmin absoluut geen garantie. Het zou dan gewoon ‘een nieuw merk’ worden, voor iets wat wellicht op zich niet eens zo nodig is, hij wérkt tenslotte nog !

*zucht*

horrible spinning

Ik keek er heel erg naar uit, naar de les spinning ! Ik fiets graag, muziek, goed afzien, alles was er ! En het kon toch niet te moeilijk zijn in de zin van technisch of motorisch ? Hmm ? ’t is toch een kwestie van op die pedalen te trappen !?

Na heel wat schrikbarende facebookcomments op mijn voornemen om te spinnen, stelde mijn collega LO me gerust : zet gewoon die weerstand niet te hoog en dan lukt het wel, je hebt het zelf in de hand. Dàt plus dat gedachte dat ik een aantal duursporten toch meer dan een uur volhoud, gaf me moed. Mijn doelstelling was immers gewoon : proeven en het uur volhouden.

Ik dacht een volle zaal voornamelijk vrouwen aan te treffen, maar we waren maar met 4, (capaciteit 20 fietsen) en de lesgeefster werd vervangen door een andere man die de bijnaam ‘de beul’ had. Ik was de enige vrouw. Hmm. Vervolgens vroeg de lesgever of we een voorkeur hadden, maar omdat ik er toch niets van af wist liet ik de mannen beslissen. Zij kozen voor ‘klimmen’. Tja, al sowieso niet mijn sterkste kant, om niet te zeggen dat ik klimmen haat als het om de gewone fiets gaat. Liever een omweg van een aantal kilometer dan steile heuvels.

Opwarmen en dat liep goed. Eerste stuk ook, tot het klimmen begon, daar kon ik immers niet meer op ‘lichte weerstand’ trainen, want dan trap je daar natuurlijk zo door, je moét de weerstand wel wat serieus zetten. Echt goed lukken deed dat niet, ook al omdat ik door precies op mijn tenen reed, mijn voet zat niet zo goed in het voetstuk. Vervolgens werd het ook ‘lopen’ op de fiets (de experts zullen het kennen) en fietsen met je zitvlak net ‘naast’ het zadel en rechte rug. Ik leek daar al een paar keer van mijn fiets te donderen.

Bovendien was het daar stikkend, maar dan ook stikkend heet en zocht ik naar zuurstof. Er werd een venster opengezet, maar dat mocht niet echt baten.

En toen zag ik sterretjes, veel sterretjes, begonnen mijn handen te beven, mijn benen te beven en wist ik niet meer waar ik was. Oeps !

Dat was raar en ik moest wel even gaan zitten tegen de muur (niet dat ik daar nog iets van weet), tot een dame (waar die vandaan kwam wist ik ook niet) naar me kwam kijken en vroeg of ze er niet iemand moest bijhalen. Nee, dat moest niet.

Ik kwam bij (langzaam) en voelde dat mijn ontbijt mijn maag wou verlaten, zij het niet op gewoonlijke weg. Dus hup hup weg naar de toiletten en kots kots. Weer sterretjes. Weer tegen de grond. Man man, dat is toch spannend zo’n spinningles !

Tot een uur na de les kon ik nog altijd niet deftig stappen. Alles schemerde voor mijn ogen. Naderhand dacht ik dat ik misschien suiker had moeten nemen, maar dacht daar niet op, gezien dat al enige tijd geschrapt is.

Aan die spinningsles hou ik dus echt een horrorgevoel over, nog even en er werd een ambulance gebeld ! Ik denk dat het een combinatie van warmte, gebrek aan zuurstof en te hevige inspanning was, maar ik ben geen dokter. Momenteel sta ik alweer goed op mijn benen en ben ik vol ‘wraak’gevoelens, want de enige manier waarop ik dit wil oplossen is er nog eens hard tegen aan gaan door te sporten, zij het NIET door spinning.

  1. loop eens een wedstrijd in het buitenland
  2. ga voor zonsopgang eens buiten lopen
  3. loop eens met een ander (het mag een fietser zijn)
  4. loop eens een wedstrijd in de winter (laat ons zeggen vanaf november)
  5. laat je droppen en loop terug naar huis (GSM met GPS zal in mijn geval nodig zijn !)
  6. ga eens zwemmen voor het werk (en NIET op een dag dat ik laat moet beginnen !, dus voor 8 uur !)
  7. zoek een MTB traject op om te lopen en snuif zo de trail-sfeer op
  8. combineer twee verschillende sporttrainingen
  9. doe eens mee aan een groepsles
  10. probeer eens een nieuwe sport uit (maar wel fysiek ! vissen komt NIET in aanmerking !)
  11. loop eens een Aktivia-wandeling
  12. waag u eens aan yoga (nog nooit gedaan !)
  13. lees eens een boek over trainingsleer (da’s nog iets anders dan over lopen)

Zwemmen kan gevaarlijk zijn

Woensdag stond ik tegen 8:30 uur al aan het zwembad dat dan pas voor het publiek z’n deuren opende. Ik was jaloers op de zwemmers die al bezig waren : de para’s van Diest, die  hebben daar een uurtje voor hen gereserveerd, het zwembad voor 5 man. Maar hé, je hoort me niet klagen, want toen zij het water uitgingen waren wij met 3. Het zwempubliek bestond uit 2 duidelijk gepensioneerden en mezelf. De eerste twee – oeps – dat klinkt niet goed – zwommen op hun dooie gemak, het hoofd boven water houdend, ik zwom mijn gewone baantjes op snelheid.

Geen probleem tot hier. Plaats genoeg. En toen gebeurde iets wat ik nog nooit gezien had, toch niet daar. Er kwam een school met 3 klassen oudere leerlingen. Ik schat dat het vijfde of zesdejaars waren.  Zij stonden allemaal met een plankje in de hand aan de startblokken, massaal over de hele breedte van het zwembad.

Wij – de 3 dus – zwommen net richting startblokken en waren ongeveer bij de startblokken toen de leerkracht zei ‘allemaal het water in‘.
Die leerkracht had niet eens gekeken dat wij daar met 3 juist aan ’t zwemmen waren en die leerlingen, daar waren wij zeker onzichtbaar voor.  Zij  sprongen allemaal tegelijk het water in, wat zoiets gaf als een resem bommetjes in ’t water.
De oudere dame ging al kopje onder en de oudere man was compleet het noorden kwijt tussen dat gekwebbel en gespartel van die 17jarigen. Ik maakte onmiddellijk rechtsomkeer en zwom zo hard ik kon terug de andere richting uit en was algauw weer aan de overkant.

De redder die het allemaal had gezien zei : misschien is er ergens een rustig plekje te vinden, maar dat was er niet. De oudere dame kwam al hoestend uit het zwembad. Geen 2 minuten later en wij stonden alle 3 al in de – plots heel vuile !- zwembadgang. Geen van ons had er nog zin in. Ik zocht een hokje en vond het ene na het andere hok vol met kleren, schoenen en zakken.

Het was duidelijk : dit zwembad was bezet in de zin van een vijandelijke bezetter.

Toen ik naar huis reed heb ik me – ik werk tenslotte ook met jongeren – afgevraagd hoe dit mogelijk was. Wou die leerkracht er ons duidelijk ‘uit’ of had hij ons echt niet gezien ? Of dacht hij dat we wel zouden vluchten voor zoveel geweld (wat het geval was) ? Was die leraar het beu om dingen te vragen aan die leerlingen en liet hij ze maar doen wat ze wilden omdat hij er toch niet tegenop kon ? Was het gewoon toeval dat ze gang in 10 minuten voorzien hadden van het vuil aan hun schoenen in het natte gedeelte (er zaten 10 geklede leerlingen in het zwembad, what’s the point ?).

Ik weet het niet. Maar ook de redders zagen het als problematisch en raadden mij aan om op een ander uur terug te komen.

Jongeren moeten ook leren zwemmen en het zwembad is van iedereen, je hoort me hierover niet klagen. Maar er zijn oplossingen voor het geval je het zwembad ook nog voor het publiek openlaat als er scholen komen.

  1. Reserveer banen voor de scholen en banen voor het publiek, desnoods 1 baan. In sportoase Leuven doen ze dat zo en dat werkt prima. Het is volgens mij ook veel veiliger.
  2. Zet een schema op internet over de bezetting van het zwembad. Ook weer een idee van sportoase Leuven, je kan uur tot uur zien hoeveel banen bezet zijn, zij het door scholen of sportclubs.
  3. zorg altijd en immer voor veiligheid, hier ligt een verantwoordelijkheid bij iedereen maar vooral bij de begeleiders van klassen, clubs en redders. Er is echt wel een zwemetiquette !

Samengevat heb ik geleerd dat het beste uur 11.30 uur blijft. Scholen weg en de ‘middagpauze-zwemmers’ zijn er nog niet. Of 7 uur natuurlijk, met of zonder para’s !