Wendy on my mind

Ha ! Vandaag stonden de gevreesde versnellingen op het programma. 100 meter ! Is dat een lange versnelling ? Of een korte ? ‘t Is alleszins korter dan een wisselloop.

De opdracht was – behalve 3 km in- en uitlopen – 10 keer 100 meter aan 5:30 min/km.
Ik zag het niet goed zitten. Snelheid en ik, dat gaat niet goed samen.

Maar hé, wat blijkt ? Ik heb er vele onder de 5 minuten gelopen, met een uitschieter van 4:31 min/km, de laatste dan nog wel, als een mens moe zou (moeten) worden.

Ik  probeerde ik mij goed te concentreren. Ik durf nogal met mijn voeten ‘slepen’ op de grond, alsof ik een snelwandelaar ben of in mijn gedachten eerder een olifantje dat loopt, dus dacht ik ‘Ik ben als Wendy, licht als een veertje !” en ik hield het beeld van Wendy op een wedstrijd voor me : benen flink omhoog, armen flink bewegen, zweven ! Zo’n visualiseren helpt altijd. Het helpt me om te focussen én om niet te gemakkelijk op te geven. Want nee, natuurlijk ben ik bij lange Wendy niet, maar een mens mag toch dromen ? En Wendy zou zeker nooit opgeven.

Verder heb ik vandaag nog maar eens ondervonden hoe ‘goesting’ relatief is. Nee, ik had geen goesting om te lopen ! Maar eenmaal bezig vond ik het zalig leuk !

20130515interval 100 meter

een beetje trailervaring

Er was nog een ‘klip’ te gaan in mijn ‘weg naar de Ten Miles’ : buiten lopen. Dat was voorzien voor februari, maart, maar er is echt wel veel roet in het eten gegooid, of lees grieptoestanden, barre koude, sneeuw, verkoudheden enzovoort.

Ik zeg niet dat ik geen enkele training buiten had kunnen doen. Diehards lopen àltijd buiten. Putje winter loop ik altijd op de loopband en dat heeft me vroeger nooit geschaad. Alleen sloeg de winter een heuse krater !

Ik heb nog nooit fysieke problemen gehad met de overgang loopband – buiten – loopband. Ik stel een lichte helling in en de trainingen worden net dankzij die loopband bijna op de seconde juist gelopen. Mentaal ligt de overgang altijd moeilijk, in beide richtingen. Ik heb schrik om terug buiten te lopen omdat ik denk dat ik niet eens kan lopen. Onterecht denk ik dat lopen op een loopband en buiten lopen totaal verschillende zaken zijn, terwijl dat niet zo is. Verschillend wel, maar niet compleet. Eens de winter er weer aankomt durf ik nauwelijks op die loopband en denk ik dat ik me ga verongelukken….

Vandaag stond er op het schema een loopje van “5 km joggen”. De logica van Ascis begrijp ik totaal niet : opnieuw stond de 5 km aan 9:24min/km. Ik mag dan wel traag zijn, deze beweging is looponvriendelijk. Bij wandelingen haal ik soms dit tempo. Dit is een dikke 6 km per uur.
Ik nam me voor om gewoon 5 km ‘op het gemak’ te lopen én buiten. Er was immers een Aktiviawandeling hier in de buurt. Maar wat is ‘op het gemak’ ? Ik heb (nog) geen tempogevoel. Daarom besloot ik om niet naar mijn Garmin te kijken. Als ik te traag zou lopen zou ik mij daarin opjagen. Als ik te snel … tja, dat zou ik wel voelen zeker ?

Aangekomen bij de inschrijftafel bleek er geen afstand van 5 km te zijn. 4 en 6. Ik nam me voor de route voor de 6 te nemen en eventueel de laatste kilometer te wandelen. Ondertussen regende het pijpenstelen en was het nog altijd niet echt warm.

20130409Betekom wandeling lopen 6 km weer

De wandeling (voor mij loop) deed me denken aan wat traillopers wellicht continu meemaken : over beekjes, wortels van bomen, glibberige modder en droge blaren erop, kleine padjes en nu dan en springen over een omgevallen boom. Het meeste van de wandeling/loop was immers in bosgebied. Een extra uitdaging maar in zekere zin ook extra plezier.

Nog een bijkomend voordeel was dat ik voortdurend mensen voorbijstak. Ha ! Nu was ik eens de snelste ! En het volgen/zoeken van de pijltjes maakten het loopje allesbehalve saai.

Voor ik het wist had ik dan toch 6 km (ipv 5) km achter de kiezen. Ik checkte mijn tempo en dat bleek het wedstrijdtempo te zijn. Ik had me wel moeten inspannen maar al bij al ging het redelijk goed.

Meteen weet ik dat ‘de klik’ naar buiten gezet is. De schrik is overwonnen, regen of geen regen, het maakt me niet bang. (Nooit geweest, vooral sneeuw,ijzel en barre koude ontmoedigen me, maar dat is nu niet meer het geval). De ‘angst’ is overwonnen, zelfs met regen ! Zelfs met zo’n parcours !

Ik ben weer een beetje dichter bij het doel !

20130409Betekom wandeling lopen 6 km

en voor ik het vergeet, weer een uitdaging geschrapt !

13 voor 2013 !

  1. loop eens een wedstrijd in het buitenland
  2. ga voor zonsopgang eens buiten lopen
  3. loop eens met een ander (het mag een fietser zijn)
  4. loop eens een wedstrijd in de winter (laat ons zeggen vanaf november)
  5. laat je droppen en loop terug naar huis (GSM met GPS zal in mijn geval nodig zijn !)
  6. ga eens zwemmen voor het werk (en NIET op een dag dat ik laat moet beginnen !, dus voor 8 uur !)
  7. zoek een MTB traject op om te lopen en snuif zo de trail-sfeer op
  8. combineer twee verschillende sporttrainingen
  9. doe eens mee aan een groepsles
  10. probeer eens een nieuwe sport uit (maar wel fysiek ! vissen komt NIET in aanmerking !)
  11. loop eens een Aktivia-wandeling
  12. waag u eens aan yoga (nog nooit gedaan !)
  13. lees eens een boek over trainingsleer (da’s nog iets anders dan over lopen)

PS : De Garminproblemen zijn niet weg, ik kan uploaden via een andere pc… dat is toch al iets !

Sterke Peer 2011

sterke peer from jef cleemput on Vimeo.

Ik was er dit jaar voor de tweede keer bij, vorig jaar zwom/fietste/liep ik hier mijn eerste triatlon en had dat super herinneringen aan.  In mijn hart wilde ik dat altijd wel : het avontuur en de drie sporten, maar nooit gedacht dat het ook zou lukken !

Triatlon is echt een waar avontuur en pure fun. Organisatorisch is het al een heel gedoe, want was ik bij de zwemstart (gelukkig goed op tijd) niet mijn chip vergeten ? Die chip die ik ook al terug moest gaan halen in de auto omdat ik de goodiebag van de organisatie met chip en al in mijn auto had gelaten ? Maar goed, uiteindelijk stond ik toch voor de start, samen met Edith en Wim. Een zicht op de vijver en iets viel me onmiddellijk op  : de zwemafstand was groter. Of dat echt zo is, weet ik niet maar puur op het zicht leek die afstand behoorlijk groter dan vorig jaar. Later bleek dat de meeste deelnemers die indruk hadden, zeker ook omdat ze ‘ervaring’ hadden op zo’n afstanden en betreffende tijden. Natuurlijk, als zo’n boeien beginnen te drijven en is er gauw 100 meter meer.

zwemmen (750 m)

Wij (Edith en ik)  stonden deze keer niet achteraan, ondanks diverse pogingen om stoere mannen voor te laten en dat heb ik onmiddellijk geweten. De start van het zwemmen was voor mij ongelooflijk chaotisch, ik kreeg klop, ik zat zelf continu tegen andermans voeten met mijn handen en stopte dan even om plaats te ruimen voor die anderen.

Note to self : zo lang het maar kleine tikken zijn gewoon doorzwemmen en je daar niet van de wijs laten brengen ! 

Dit keer had ik mij voorgenomen om voornamelijk schoolslag te zwemmen en niet crawl. Een puur experiment, maar ik wou gewoon geen meters en meters uitzwemmen omdat ik niet recht genoeg kan zwemmen in open water. Recht zwemmen is trouwens ook al geen vereiste, je moet gewoon zien wààr je zwemt, want je komt altijd wel iemand tegen waardoor je toch geen rechte lijn kan houden. Toch heb ik, tegen mijn voornemen in, gewoon schoolslag afgewisseld met crawl. Crawl gaat me gewoon beter af en vraagt me veel minder arbeid. Het is dus kiezen tussen snel en efficïent crawl zwemmen en teveel zwemmen of arbeidsintensiever schoolslag. Na één zijde (er waren er 6) vond ik mijn tempo : 20 slagen schoolslag, 10 crawl om te rusten. Ik deed er 21:31 over, dat is 1 min 27 langer dan vorig jaar en vergeleken met de 1000 meter van ‘Gent Zwemt‘ 22:56  niet echt goed. Of ik heb gewoon niet goed genoeg gezwommen, kan ook natuurlijk !

Note to self : crawl in open water is niet gelijk aan crawl in het zwembad. Ik zal het een beetje moeten leren combineren met polocrawl en iedere keer kijken ! Dat wordt een beetje op de tanden bijten want ik vind dat gewoon ‘lelijk’ en niet correct, zo met je kop nu en dan kijken ! 

wissel 1 

Uit het water gekomen en opnieuw viel ik. En nog es. Ik was echt duizelig maar gelukkig beginnen die wissels op automatische piloot te gaan. Ik liep niet al te snel de wisselzone binnen omdat ik wist dat ik eerst van die duizeligheid af moest zijn, ander zou dat brokken geven of moest ik zelfs uit de wedstrijd stappen.

De wissel ging niet zo vlot als ik wou (01:41) en dat kwam ook door het weer en de regen. Mijn voeten zaten gewoon onder de modder en het verstand leek mij toch nog even in de steek te laten.

Fietsen (20 K)

Het fietsen ging goed maar de Garmin vertikte het om satellieten te vinden en gaf me niets anders aan dan het uur. Ik had dus geen idee hoe snel/traag ik fietste noch op welke afstand ik zat. Het parcours was gedeeltelijk hetzelfde als vorig jaar maar ook niet helemaal. Het was wel een parcours naar mijn zin : plat. Gewoon plat. Als er wind had gestaan (die ik toch niet gevoeld heb) dan zou het nogal iets anders geweest zijn, maar behalve lichte regen viel het allemaal mee. De bochten nam ik als een oud besje omdat de seingevers gewaarschuwd hadden dat er al heel wat fietsers gevallen waren, ik was ze trouwens tegengekomen : te voet en gehavend. Ik fietste bijna de hele tijd alleen en dat is voor mij ook het beste. Was het indruk of niet, maar er leek minder gestayerd, oftewel waren die ploegjes allemaal heel voorzichtig want echte angst (als ze je in ploeg voorbij zoeven) heb ik maar één keer gehad. Ze hebben ook altijd iets laten weten toen ze er aankwamen en dat kan ik best waarderen. Tijdens het fietsen voelde ik wel – in tegenstelling tot Rijkevorsel – dat ik moe werd, echt moe. Redding brachten Greet (N.) en Edith die me voorbij reden en die me een mentale opkikker gaven, want ik probeerde ze zo lang mogelijk bij te houden. Dus misschien zijn er toch voordelen aan het niet al te lang alleen rijden !

Note to self : fietscomputertje installeren : geen gedoe meer met Garmin en gewoon al onmiddellijk op de fiets ! 

Wissel 2

Transit zone in en liep dat eventjes vlot : 37 seconden !

Lopen ( 5 K)

Ik kende het loopparcours en dat had vele voordelen. Toch liep het veel slechter dan ik had gedacht. De eerste ronde wilden mijn benen niet meer mee en begon ik mentaal een beetje te breken en gewoon ‘voor het einde’ te gaan. Gelukkig (o geluk, geluk !) was daar weer mijn Reddende Engel Sven die mee wou lopen tijdens de tweede ronde. Plots ging het wél. We tetterden (toeschouwers zeiden zelfs : beter harder lopen dan zo tetteren !) en het zonnetje verscheen weer helemaal in mijn hoofd. Ik wou o zo graag niet als laatste eindigen, vorig jaar vond ik dat niet erg, maar nu moest ik toch beter doen ? Sven verzekerde mij dat het niet zo zou zijn. Maar Sven deed natuurlijk zijn schitterende werk als mental coach en was het wel waar ? We hadden dan wel een draak en een prinses ingehaald, maar dat was nog niet echt een overwinning ! Echt schitteren deed ik toen ik een man kon inhalen. Ja, een man ! Toen wist ik zeker dat ik niet de laatste was. (tijd 30:21) Hip hip hoera ! (gestrand op plaats 211 van de 219 (die gefinished zijn, zonder de 4 opgaves).

Uiteindelijk gefinished op 1:40:47 tegenover 1:44:29 vorig jaar wat mij een winst opbrengt van 3:42 minuten. Toch weet ik niet of de vergelijking klopt, want het zwemmen leek langer en het fietsparcours was veranderd, misschien langer, misschien korter, ik weet het niet. Hoe dan ook : dik content en op naar de volgende doelstellingen !

Bres Triatlon Rijkevorsel

 

Zaterdag stond ik nog eens aan de start van een triatlon. Het was geleden van vorige maand in Kortrijk, en de doelstelling is : 3 triatlons deze zomervakantie. Rijkevorsel is dus nummer twee. Triatlons vergelijken gaat niet of toch heel moeilijk. Zo heb ik nog nooit exact dezelfde afstanden gehad en zo was de afstand in Kortrijk wel korter (17 km) maar dan weer heuvelachtig.

Om iets over 17 uur lagen Jess, Edith en ik en nog een hoop andere dames in het water te wachten op het startschot dat niet kwam. Het water leek redelijk van temperatuur, zeker éénmaal we aan het zwemmen waren. Ik was vastbesloten om crawl te zwemmen en zwom meteen rustig met lange slagen. geen problemen, mooi mijn ritme en niemand om me heen. Tja, natuurlijk was dat zo, mijn ‘afwijking naar rechts’ was weer behoorlijk hevig en ik zag dat ik naar de verkeerde kant aan ‘t zwemmen was. Dan maar weer (verdorie, verdorie) schoolslag al waar ik toch flink wat mensen inhaalde, iets wat mijn ‘zelfvertrouwen voor crawl’ niet echt goed doet.

Zwemmen vind ik de leukste sport van de drie maar ik kijk toch altijd weer op hoe ‘anders’ zwemmen in open water is in vergelijking met zwemmen in een zwembad. Vooreerst heb ik altijd de indruk dat dit onderdeel toch zo lang duurt, terwijl ik in het zwembad meer dan het driedubbele van deze afstand in één keer doe. Het zal natuurlijk ook te maken hebben met het ontbreken een muur waar je alvast meters wint bij door het afstoten en het tellen in het hoofd. Bij het zwemmen weet ik nooit waar ik ergens zit.

De wissel (1) ging bijzonder vlot. Ik ging rustig de trap op omdat ik even mijn evenwicht moest zoeken (verandering van zwaartepunt) maar dat ging toch heel snel over. De fiets vond ik zonder problemen en aangemoedigd door Ediths voorbeeld deed ik het zonder kousen én zonder fietshandschoenen. Alweer een zorg minder ! Ik zag dat ik ook de handdoek vergeten was en ging dus met natte voeten in m’n loopschoenen.

Klaar voor 20 km fietsen ! Het waren twee rondjes van 10 km en alles was vlak, werkelijk geen helling te zien, zalig voor mij. Ik droeg geen Garmin (schrik om ‘m achter te laten in de onbewaakte zone) en had geen idee hoeveel ik reed maar ik had de indruk dat het vlot ging op mijn tempo. Ik haalde een paar mensen in, maar werd er door nog meer ingehaald ! Ik voelde dat ik baat had bij de voorbije fietstrainingen die ik gedaan had en die langer waren. De 20 km waren zo voorbij, met spectaculaire bochten op de voetgangersbrug.

Eerst zwemmen onder de brug, later twee keer fietsen over deze brug. Merk op hoe scherp de hoeken zijn !

Wissel 2
Omdat ik mijn loopschoenen al aanhad hoefde ik alleen maar mijn helm af te zetten en het loopparcours te beginnen. Ik had de tip ‘de laatste kilometer aan een klein verzet’ fietsen goed opgevolgd en hé, mijn benen voelden minder raar dan in Kortrijk, maar daar hadden ze ook veel harder moeten werken. ‘Slakje Jogt’ alias Sven kwam me weeral als een engel vergezellen en hij babbelde mij door de 4 km. Ik was totaal vergeten hoeveel kilometer het was of zelfs hoeveel rondjes er waren. Het lopen ging goed al weet ik weeral niet hoe snel of traag ik liep. Vorig jaar, tijdens mijn eerste ‘echte’ triatlon in Wuustwezel was het afzien en moest Sven me er echt ‘doortrekken’,  nu gingen die 4 km redelijk vlot.

Ik ging over de eindstreep op 1:27:58 en was niet de laatste ! Niet van de dames en ook niet van de heren ! In het totaalklassement land ik op de 217e plaats van de 233. Nog altijd in de staart en daar zal ik wellicht ook blijven, maar toch niet – en dat is mijn enige vrees – ‘buiten’ de staart.

 

Triatlon is leuk, superleuk. Het is één en al avontuur. Terwijl ik in Kortrijk tijdens het fietsen nog innerlijk vloekte ‘waarom doe ik mezelf dit aan’, heb ik hier enkel bij het wandelen naar de zwemstart gedacht ‘waarom doe ik dit ?’ en dat had meer te maken met de drukte die daar was, dan wel de inspanning. Eénmaal de wedstrijd begonnen was de drukte en ook de stress voorbij. ‘Mijn best doen’, meer doe ik niet, en genieten en nog eens genieten.

Rijkevorsel was echt super genieten ! Goed georganiseerd en prima ontspannen sfeer !

Dikke proficiat aan de snelle dames Edith en Jess en sportieve (en supersnelle !) Bert !

veel vragen

“Plans are worthless, but planning is everything.”

– Dwight D. Eisenhower

Visé komt dichterbij en daar heb ik alle zin in. Ik heb  namelijk ‘het ei van Columbus’ gevonden om te genieten van de loop : ik ga een ‘piep’ op mijn Garmin zetten zodat ik niet snel loop ! Voila zie ! Ik zie het zo : liever 10 minuten langer lopen dan dikke 2 uur frustratie !
Soms moet een mens zijn prioriteiten op een rijtje zetten en voor mij is dat uiteindelijk : genieten en uitlopen ! Het is NIET een tijd zetten. Gezien mijn schema en vorige HM moet ik mij wellicht ook geen zorgen maken dat ik over de maximumtijd zou zitten, nog meer dan een half uur over !

Zo, dat is dus het eerste dat opgelost is.

Maar nu de vragen in mijn hoofd.

1. Wat ga ik doen na Visé ?
Ik hoop dat coach Mario mij wil helpen met een schema, want ik ben toch echt wel onkundig in dergelijke dingen, maar voor ik zoiets vraag moet ik natuurlijk weten wat ik wil. Eén ding is al redelijk zeker in mijn hoofd : opnieuw meedoen aan de HM in Eindhoven. Ik hou van die lange duurlopen en zo’n HM is een goede motivatie. Toch wil ik ook graag een beetje sneller worden, dus misschien de tussentijd gebruiken om op snelheid te trainen ? Raad is welkom !

2. To triatlon or not
Nogal wat dames hebben zich – zoals het echte triatlondames past – een wetsuit aangeschaft. Ik denk dat ik gauw zo’n 250 euro mag rekenen. Dat is niet goedkoop maar de vraag wel of geen wetsuit kopen bracht me eigenlijk bij de vraag wel of niet triatlon. Want het heeft geen zin om zo’n pak te kopen (of te huren, wat eigenlijk al zo duur is, je kan ‘m beter kopen) als je het maar een paar keer gaat gebruiken. Dat kan ik voor mezelf eigenlijk niet verantwoorden.
Uiteindelijk heeft de al dan niet aankoop van zo’n suit me tot de volgende conclusie gebracht : ik pik 2, hooguit 3 triatlonnetjes (1/8) mee in het zomerseizoen en enkel en alleen dus als je kan zwemmen zonder zo’n pak. Lukt dat niet (omdat het te koud is), dan zal er gewoonweg staan : DNS (did not start). Momenteel ben ik ingeschreven voor Kortrijk en ik zou heel graag opnieuw meedoen in Wuustwezel, maar eigenlijk is dat voor mij al genoeg.

Echt voor triatlon gaan betekent echt ook triatlon trainen en nu loop ik wel genoeg en heb ik ook wekelijks één tot twee zwemtrainingen, die trainingen zijn samen niet harmonieus, ze zijn immers niet op elkaar afgestemd noch op triatlon.

3. Start to bike
De zon schijnt en de fietsers verschijnen weer op onze wegen. Zalig ! Bij Sandy las ik iets over een Start to Bike om tot 150 (ik denk het toch) km te geraken. Vorig jaar had ik als doelstelling tochten van 50 km te maken, dat is gelukt. Dit jaar zo ik dat willen verleggen naar 70-80, maar ik heb nog helemaal geen planning  in de zin van hoeveel en wanneer terwijl Eisenhower natuurlijk gelijk heeft, dat die planning wel belangrijk is ! Dat ik langer wil fietsen is gewoon omdat ik het plezant vind. (Doelstelling 1 : genieten)

4. Een triatlonclub ?
Veel van mijn voorgaande problemen zouden opgelost zijn mocht ik lid kunnen zijn van een triatlonclub. Clubs genoeg in mijn omgeving, maar niet op mijn niveau. Zo’n Irongirlsjaartje zou echt wel super zijn voor mij, maar om iedere training 2 uur in de auto te zitten (om 1 uur te zwemmen) is er teveel aan. De clubs in mijn omgeving worden bezet door mannen die behalve supersportief en atletisch ook prestatiegericht zijn, iets wat mij al alle plezier ontneemt.

Voila, daar zit ik dus mee in mijn hoofd. Ik zal er wel uit geraken zeker ?

O ja, deze maand is afgesloten met 180 km op de loopteller. Ik denk dat dit voor mij een record is !

Het affront

Na de Ten Miles moest ik een beetje  bekomen, lees : mentaal de dingen wat in het juiste perspectief zetten en goesting krijgen om te lopen. Ik had me voorgenomen om ook niet te lopen alvorens ik ‘het gevoel’ had dat het juist zat. Voor een niet-loper misschien Chinees, maar goed, tegen zaterdag kreeg ik de loopkriebels alweer te pakken en stond er ook voor de volle 100 %. Op het schema stond een duurloop van 18 km aan een tempo van 7:30 of trager en omdat de coach mij nog eens had gewaarschuwd ‘niet te snel de bedoeling is om je duurvermogen te trainen’ had ik mezelf gewapend met een ‘piep’ in de Garmin die zou afgaan als ik te snel zou  lopen. Concreet ging de piep af vanaf het moment dat ik onder de 7:14 zat. In het begin piepte dat nogal maar op den duur lukte het helemaal. 18 kilometers gelopen in een ongelooflijke warmte (+ 25°) en bij het uitstappen na die 18 kilometer toch maar bij bekend volk gevraagd of ze mijn flesjes water nog es wilden vullen.

Vandaag, zondag, had ik er alweer zin in, om te sporten welleswaar en haalde de moutainbike van stal. De gekozen route was gedeeltelijk verhard, gedeeltelijk onverhard en deels over een MTB parcours en deels over een fietsknooppuntenroute. Hoe dan ook, het waren hellingen alom en ik die dacht dat dit een kalm trainingske zou worden zweette me te pletter (weeral +25°) op al die heuvels. Ik blijf ook maar prutsen met die versnellingen, met ‘de koersfiets’ lukt dat wel, maar met de MTB is het een gerommel (en verlies van snelheid tot zelfs stilstand) van jewelste.

In Gelrode ging de route door bloemsemvelden en er waren een paar pittige hellingen bij.  Aan één van die hellingen leek geen einde te komen. Ik zocht naar een kleine versnelling en het ging al wat beter, tot ik voorbij gestoken werd door …. een opa op een BenidormBastardskarreke. Echt niet te doen, maar die pufte daar met gemak een snelheid van 25 km uit dat machien. Hij zat daar maar wat te grijzen de man, je moet je dat voorstellen, ik ‘pompen’ op die MTB en hij op het dooie gemak naar boven ! Ik zat toen al aan een hartslag die ik niet wil weten en liet al een spoor van zweet achter, en toen het gebeurde wist ik echt niet of nu ter plekke moest opgeven of wat ? Hem inhalen zat er echt niet in. Dus maar lijdzaam toezien hoe het deze man van de Oudere Generatie, sneller was. Eenmaal de top bereikt zag ik hem zo’n 500 meter voor me. Maar net zoals de lange helling op, was het ook lang naar beneden. Ik denk dat zijn machien ook bergaf niet sneller dan pakweg 25 km ging. Hoe dan ook, ik greep mijn kans en schoot ‘m voorbij. Gewonnen ! Dus toch !

Tegenvallende Ten Miles

In alle eerlijkheid

Op papier heb ik een goede loop gedaan. Een meer dan goeie zelfs. Op mijn schema staan duurlopen geprogrammeerd (even lang ongeveer) met een snelheid van 7:30, al loop ik ze altijd rapper. Mijn vooropgestelde halvemarathontempo is 7:00 en deze Ten Miles heb ik gelopen aan 6:57 , wat dus ongeveer compleet op schema is. Het zegt dus iets over de ‘wiskundigheid’ van zo’n schema en hoe solide die zijn ! (merci coach !)

Waarom ben ik dan zo ontgoocheld ?

Ten eerste, ik heb er niet van genoten. Het koppeke dus. Het was een drukte van jewelste en ik dacht, van een paar jaar geleden, dat de drukte na een kilometer of 5 zou minderen.  De drukte leek echter niet te minderen. (in 2008 zijn er 12539 mensen gefinished, dit jaar 14538, is dat wel een groot verschil ?).
Het lopen ging goed, ik had de benen en liep een – voor mij – goed tempo. Na km 8 kwam de mentale inzinking : wat ben ik hier eigenlijk aan het doen ?  Het enige wat ik nog kon denken was : doorlopen tot het gedaan is. Ik wist dat ik het kon en wist ook dat het geen probleem zou zijn, maar genieten was er niet meer bij. Ik kende de route ook, kon ze mij gewoon voor ogen brengen en dus spijkerde ik er kilometer na kilometer bij.
Als ik nu denk dat ik vorige maandag nog 15 km aan de kust liep, heb ik daar veel meer van genoten, al zat de wind me tegen en liep ik daar moederziel alleen. Misschien is dat laatste zelfs aantrekkelijk !

Dit is de foto veranderd de dag nadien, helemaal gerelativeerd dus !

Wat me ook tegenvalt, is mijn tijd in vergelijking met 2008. In 2008 liep ik voor de eerste keer, ook met een schema, maar wel met veel minder kilometers in het lijf dan nu. Met veel minder uren sport. Zeg maar ongeveer de helft ! Ik sport nu per week dubbel zoveel als in 2008. In dat jaar liep ik de Ten Miles op 1:49:32, dit jaar op 1:51:51, dus ruim 2 minuten langer, wat mij nu de indruk geeft dat méér trainen niet noodzakelijk betere resultaten opbrengt, al zijn 2 minuten niet van dien aard om van een ‘groot verschil’ te spreken.

Goed, we gaan bekomen en ons richten op de Halve Marathon van Visé die in minder dan een maand voor de deur staat. Tot nu toe denk ik er niet over om hem te laten vallen, ook al viel het  hier in Antwerpen tegen. Meteen besef ik dat ik in Visé mogelijk dezelfde ervaring zal hebben, met die hoop dat er daar minder mensen zullen lopen. En dan ? Dan gaan we nadenken over de toekomst !

Wat hebben we geleerd ?

  • Ik loop graag en geniet van mijn trainingen, en aangezien een mens meer traint dan wedstrijden loopt, is dat al goed
  • Een wedstrijd is wel een goede motivatie om op een bepaald moment een bepaald doel te bereiken, zonder wedstrijd lijkt me dat moeilijker
  • Een eerste keer iets meemaken is onmogelijk herhaalbaar (logica zelve !), de eerste keer ‘kickte’ ik op Ten Miles (ik kan het !) en was alles nieuw (wauw, de Kennedytunnel !), een tweede keer is het herhaling
  • De Ten Miles blijft hoog aangeschreven bij mij : al bij al een gevarieerd parcours en ontzettend veel toeschouwers
  • Ik train graag op die afstanden (duurlopen van 15 km : heerlijk !)
  • De halve marathon is mijn limiet wat afstand betreft (ik verveel me anders teveel)
en tenslotte : een slechte wedstrijd lopen is alleen maar een uitdaging om een volgende beter te lopen ! Voila !

Antwerp, here I come !

Ook al is de Ten Miles maar een stapje naar Visé en geldt het eigenlijk als training, ik zie er toch naar uit. Soms kan het lang duren, trainen voor iets en als er dan een tussenstop inzit (al is het woord ‘stop’ hier niet echt op z’n plaats) dan geeft dat de trainingen toch een beetje een swung.

Ten Miles oftewel 16 km. Het grote voordeel is dat ik er nu eigenlijk niet aan hoef te twijfelen of ik dat kan uitlopen. Ik loop al weken aan een stuk duurlopen van 14-15 km en dat in omstandigheden als een MTB-route als wel in volle wind aan zee en heuvel in de duinen. Dat is iets anders dan ‘vlak lopen’. Met die ‘alternatieve’ trainingen hoop ik dat ik zowel mijn spiertjes als mijn ‘hoofd’ wat sterker gemaakt heb. Zeker de MTB-route kon tellen ! Tussendoor had ik natuurlijk ook nog andere trainingen die meer met snelheid te maken hadden : de alomgekende halve piramide die ik nog eens op de loopband gelopen heb, het voordeel van zeer gecontroleerd op snelheid lopen. Verder nog een 10 km loop die een 12 km loop met versnellingen werd omdat mijn Garmin verkeerd afgesteld was (plots kreeg ik 40 minuten rust in plaats van 40 seconden !) en tussendoor ook nog eens een extra training van een luttele 4 km die met veel kots eindigde. Extra niet echt : ‘t is maar dat ik de dag erop vooropgestelde 15 km helemaal opnieuw gedaan heb.

Klaar voor de rit ! Ondertussen heb ik ook de koersfiets van stal gehaald. Zoals gewoonlijk dacht ik dat ik het niet meer zou kunnen of graag doen. Dat heb ik bijna altijd bij ‘verandering’. Ik loop zowat de hele winter op de loopband en denk ‘ik ga ‘t nooit meer willen doen, buiten lopen’, maar eenmaal buiten (en lichter, en warmer) vind je me nog amper op de loopband. Hetzelfde voor de fiets die ‘s winters vervangen wordt door indoortraining. Ik denk : pffff wat ga ik op zo’n fiets buiten doen ?
Zondag trok ik m’ fietsplunje aan – ik moest weer zwijgen wegens Parijs-Roubaix ! – en deed een toerke van een dikke 30 km.
En plezant dat dat was !

Het zwemmen is er de laatste weken bij ingestoken. Ik kon blijven lopen en fietsen met de (verzorgde) blaar maar vind het niet zo fatsoenlijk om een wonde aan je voet het zwembad in te gaan. Plus dat het risico’s inhoudt voor mij ook natuurlijk.

Ondertussen is het apartementje in Antwerpen al geboekt en kan ik zeggen : Antwerp here I come !

zwemloop en trainingen

Op het eind van deze week stond ‘zwemloop Wachtebeke‘. Ik was het een beetje uit het oog verloren, maar niet getreurd, met wekelijkse zwemtrainingen en in voorbereiding van de halve marathon moet 500 meter zwemmen en 5km wel lukken. Het allerleukste was wel dat irongirls Jess, Odile en Edith er ook zouden zijn. Alleen al voor deze superdames vond ik het de moeite om 123 (!) km ver te rijden (en terug). Verder was het ook te doen in een 50m zwembad, en behalve het Olympisch bad in Barcelona, had ik dat nog nooit gezien, laat staan er zelf in gezwommen !

We startten in verschillende waves. Jess startte in de eerste (denk ik), wij gedrieën mochten een beetje later starten. Er waren 5 mensen per baan voorzien, elk met een andere kleur badmuts. Mijn baan was voltallig, en ik vroeg mij toch even af hoe dat zou gaan, met 5 in een baan en tegelijkertijd. Iedereen moest aan de kant van de muur gaan staan met één hand aan de muur, tot het startschot gegeven werd.

Tot mijn grote verbazing zat ik van in het begin al op kop van de 5 dames. Ik wou die voorsprong vooral in het begin houden omdat er dan plaats zou zijn voor iedereen (en mezelf natuurlijk). Ik zwom amper 10 meter vrije slag en merkte dat ik niet ingehaald werd. Veel zekerder in schoolslag, heb ik dan maar de hele 500 meter verder in schoolslag gezwommen. Ik zwom gewoon door, niet super op het gemak, maar ook niet echt alles geven. Met veel gemak kon ik de anderen zien en ook zien dat ik het in mijn wave absoluut niet slecht deed.
500 meter achter de kiezen (12:06″) en ik raakte niet uit het zwembad. Je moet redelijk wat kracht hebben en voor heel wat mensen was het klauteren. Omdat ik in baan 5 zat moest ik het verste naar de wissel. Niet dat dat erg was, ik was ondertussen mijn kop toch al kwijt, want ik was compleet vergeten waar mij materiaal lag, ook al lag dat tegenover dat van Odile, die ik begroette en voorbijliep !
Uiteindelijk vond ik mijn gerief en zag daar Edith die in een razend tempo haar schoenen aanhad. Ik deed over de wissel maar liefst 4:44″, wat toch echt wel lang is.

Dan 5 km lopen. Opnieuw stond het genieten voorop, al zou ik toch mijn best doen. Ik had mijn Garmin aan die mij vooral moest behoeden van te snel te lopen. Voor mij zag ik Edith, in een fel gekleurd T-shirt, die liep als een pijl voor me, tot ik ze niet meer zag. Odile zag ik toen ik op het einde van de eerste ronde zat en zij al een stuk op het begin van de tweede. Met een ‘high five’ liepen we verder. De tweede ronde bleef er een mevrouw achter mij lopen. Omdat ik normaal gezien van de laatste ben heb ik daar totaal geen ervaring mee. Ze liep echt vlak achter mij, de hele tweede ronde, en dat begon op mijn zenuwen te werken. Ik hoorde haar stappen maar zag niets. Ik dacht : gaat die mij nu inhalen of niet ? Nee, ze bleef achter me.
Voor het eerst in een wedstrijd ooit werd ik ‘nijdig’. Ik dacht : nu gaat die mij niet inhalen op de laatste 100 meter, en ik perste er nog een superversnelling uit … om te zien dat de ‘finishboog’ in zak en as lag. ‘Waar is de finish’ riep ik Jess en Bert toe, maar blijkbaar was die gewoon omgevallen en sprong ik dan maar een beetje over draden en halfgeblazen toestanden. Over het lopen heb ik 34:36′ gedaan, wat omgerekend een snelheid van 9,5 per uur is, de correcte afstand was immers 5, 45 km.  In het totaal brengt mij dat op 51:04 waar ik content mee ben.

En wat hebben we nu geleerd ? (lessen voor mezelf)

  • doe eens alsof je uit het zwembad/water komt en ga op die manier naar je materiaal, zo weet je al waar het ligt. Prent dat in je hoofd.  Bij de voorbereiding (het klaarleggen van je materiaal) kom je soms van een andere kant. De volgende keer ga ik zelfs een lintje hangen aan de radar, of iets heel opvallends bij mijn materiaal.
  • lange mouwen zijn niet handig als je armen nat zijn.
  • Ik heb een relatief snelle schoolslag, het zal wellicht nog wel even duren voor ik – omdat de afstand zo kort is, 500 meter – ik met hetzelfde gemak, even snel of sneller crawl zwem. Ik moet dus oefenen op sneller zwemmen in crawl.
    Odile verwoordde het heel goed toen het over crawl versus schoolslag ging : ‘ het is alsof je bij crawl veel meer moet nadenken’, dat gevoel heb ik ook, en omdat er dan al stress genoeg is kies ik voor het ‘niet nadenken’.
  • 5 km is niet lang en ik mag best meer ‘doorgeven’
  • de basis van dit alles is voor mij opnieuw de halve marathontraining, conditioneel zat dat allemaal zeer goed en kwam ik nooit in de problemen, ik kon gerust nog verder zwemmen, verder lopen…

Voor mij is een wedstrijd geslaagd als ik ervan genoten heb en als ik niet mezelf verwenst heb tijdens de wedstrijd. Dat heeft te maken met goed doseren en algemene conditie. Tijden interesseren met niet echt, het volbrengen wel. Als ik moet lopen/zwemmen en ‘afzien’ of mij voortdurend afvragen ‘waarom doe ik dit in hemelsnaam’, dan vind ik er niets aan. Ik ben dan natuurlijk wel een beetje content bij het einde, maar toch, dan vind ik dat het fout gegaan is.

Met de zwemloop heb ik deze week afgesloten, maar niet begonnen.

Maandag stond er een duurloop van 14 km op het programma. Heerlijk !

Woensdag was het een halve piramidetraining waar ik toch een beetje heb afgezien met de ‘alles geven’, al heb ik toch mijn best gedaan !

Woensdagavond was er ook zwemtraining en donderdag en vrijdag heb ik gerust. Normaal gezien moest ik in het weekend nog eens 10 km met versnellingen doen, maar ik hoop dat de zwemloop daarvoor mag dienen. Die 5 km waren voor mij één lange versnelling !

Tot slot dit : winnares van de zwemloop was Sophie De Groote, die momenteel in voorbereiding van een Ironman in Texas is. Zij is ook vice-Belgisch Kampioen Lange afstand 2010. Die eerste plaats zal nog niet voor de nabije toekomst zijn ;-)

de roep van het lichaam

 

Terwijl buiten het zonnetje schijnt en het welliswaar vriest,  zie ik al reikhalzend uit naar de lente en de zomer. En naar alle loopevents natuurlijk !

Ondertussen loop ik nog altijd op de loopband. Het is een luxe ja, en ik kan er best mee leven. Ik weet dat eenmaal de temperaturen hoger zijn ik die loopband laat voor wat hij is en ik dan weer volop geniet van het buiten lopen. Omgekeerd ben ik moeilijk te motiveren om in barre omstandigheden te lopen, al vind ik vrieskou niet zo erg – erger vond ik de sneeuw.

Voor het eerst heb ik de loopband op een helling van 0,5 gezet. Als ik het goed gelezen heb is een helling van 1 het meest vergelijkbaar met ‘normaal lopen’, dwz vlak lopen buiten. Ik zette ‘m op 0,5 om gewoon eens te zien wat voor ‘n effect dat geeft. Eigenlijk heb ik daar niets van gevoeld, dus de volgende keer misschien naar 1 gaan. Ook voor het eerst uitgeprobeed omdat hij aanvankelijk geen ontvangst wilde krijgen : de garmin footpod. Bedoeling is om de Garmin dan ook te kunnen gebruiken op de loopband. Het was een kerstcadeautje van het liefje. Toch loopt het nog altijd niet van een leien dakje. Zo hield hij dat allemaal wel goed bij maar ‘vindt’ hij niets bij Garmin Connect of Garmin Trainingcentre. Dit wil zeggen dat hij geen resultaten inleest. NOG eigenaardiger is dat ik wél een training met ‘cadans’ terug vind op 28/11 maar geen idee of ik dan wel met de Garmin gelopen heb. Verkeerde datum dan maar ? Nee, dat ook niet, want ik liep vandaag 1 uur en hij maakt melding van 1 uur 15. We zullen dus nog een beetje moeten experimenteren.

Het lopen is ondertussen een automatisme geworden. Momenteel ben ik niet superenthousiast maar niet lopen is geen optie. Ik heb het gevoel dat ik dan iets mis, dat ik mij dan toch niet 100 % voel. Ach, ‘t is zoals Sven het ooit schreef, het zwaarste van de training is gewoon het de afstand tot je deur, of in mijn geval tot aan de loopband. Eenmaal ik bezig ben valt het eigenlijk nooit tegen, of het nu op de loopband dan wel buiten is.

Het lijkt soms of mijn lichaam zelf zegt : “en nu sporten”. Het wordt ook niet moeilijker. Donderdag ‘miste’ ik de training overdag (door een stom voorval) maar het bleek geen probleem om die ‘s avonds in te halen. Ik merk dat het echt minder moeite kost om te beginnen, dat de vraag van het lichaam zo luid is dat negeren erger is dan gewoon aan toegeven. Lopen dus !

Het ‘bewegen’ of sporten of noem het zoals je wil, blijft iets wat mij toch heel erg gelukkig maakt.

en hier voor mijn eigen 'log' :
  • woensdag : zwemtraining
  • donderdag : halve piramide 6,5 km
  • zondag : 1 uur duurloop
Vanaf volgende week opnieuw 3 looptrainingen en 1 zwemtraining. Extra mag altijd !