
... met Slakje die nog een kilometerke mental coach wou zijn !

"Is de finish echt daar ?" vroeg ik hem, niet gelovend dat het einde er was !
September is zowat de zwaarste maand is ons werkjaar. Dat is zowel mentaal als fysiek zo. Fysiek moet ons lichaam weer wennen aan een ander ritme. Na twee maanden ’slow motion’ is dat echt een schok. Nu besef ik dat dat een luxeprobleem is, maar ik veronderstel dat andere mensen die minder vakantie hebben, dat ook hebben, zij het iets minder. In september wordt ook een heel nieuw werkjaar ‘in gang’ gezet en is de werkdruk nog hoger dan die op andere maanden. Kortom : september is een aanslag op de hersenen (die op volle toeren moeten draaien maar nog moeten opwarmen) en op het lichaam (dat plots in een serieuze versnelling moet zien te komen).
Omdat ik niet wil ten onder gaan aan al die calamiteiten probeer ik zo goed mogelijk mijn sportschema aan te houden (ontspannend !) én ga ik ongelooflijk stipt naar bed. Toch duurt het een hele tijd voor mijn lichaam (en geest ?) weer in evenwicht zijn, en dat laat zich vooral zien in een slechte nachtrust. Ik slaap in stukjes alsof ik intervaltrainingen doe : 2 uurtjes, anderhalf uurtje slapen en even wakker. Het komt voort uit een soort gejaagdheid en schrik van er niet te geraken. Talloze bezoeken aan de huisarts en evenveel slaapmiddelen hebben daar niets aan verholpen. Een mens moet leven met zichzelf én met alle beperkingen vandien.
Toch probeer ik in september te blijven sporten en dat doet ontzettend veel deugd omdat ik dan werkelijk alle stress vergeet. Ik ben even van ‘niemand’ : niet de collega, niet de werknemer, niet diegene die nog dit of dat moet doen, ik ben gewoon een loper en ik ben ik. Tijdens het lopen lijkt het alsof het evenwicht weer gevonden is. De prestaties blijven echter weg. Misschien kan ik dat ook niet verwachten. Het lopen gaat en gaat goed, maar ik ‘piek’ niet. En eigenlijk wil ik de druk in september ook niet nog verhogen. Als er al één maand funmaand moet zijn om te lopen, dan moet het wel september zijn.
Deze week en Dwars door Mechelen
Deze week sloeg de vermoeidheid al sterk toe maar maandag heb ik toch een kort tempoloopje gedaan van zo’n 5 km aan 9,6 km per uur. Mijn tweede training, die normaal op woensdag moest plaats vinden is om ‘ik weet het niet meer’ redenen niet door gegaan en verzet naar vrijdag. Om 16:30 gedaan met werken maar een vergadering om 20 uur. Tijd ertussen om te lopen (en gelukkig hebben we een douche op het werk !). Ik liep richting Heverleebos alwaar ik na zo’n 3 kilometer al verdwaalde. Ik kwam er een loper tegen die trainde voor de marathon van Dublin en die verzelde me nog zo’n dikke 4 kilometer terug richting bos en werk ! Zalig gebabbeld met deze onbekende man. Volgens hem liepen we aan 9,4 km per uur. (Totaal zo’n 8 km). Zondag was het tijd voor Dwars door Mechelen. Ik had mij ingeschreven voor de 10 kilometer om mezelf uit te dagen. De voorbije weken heb ik wel meermaals 10 km gelopen dus dat moest lukken.
Bij de start zag ik Wendy en haar beeldschone mannen. Ruth was er ook. Twee sterke madammen die zouden suporteren ! Ze waren op zoek naar Gert, maar vonden die niet. Het startschot liet op zich wachten (en was volgens mij ook te laat) en tegen dat ik moest beginnen lopen waren mijn benen verstijfd. Het was alsof ze verstijfd waren van de angst. Ik dacht : dat loop ik er wel even uit, maar dat duurde toch ettelijke kilometers ! De loop ging langs de Dijle en de zon stond pal op onze hoofden. Ik zweette met te pletter. De eerste 5 kilometer gingen redelijk goed. Daarna ging het slechter. Eigenlijk weet ik niet goed wat er gebeurde, maar de fut zat er niet meer in. De conditie eigenlijk wel, maar ik had iets van ‘nog zo ver ?’ Gelukkig kwam ik Ruthje weer tegen aan de brug, dat gaf even een kick. Niet opgeven dacht ik en ook : ge loopt dat hier uit, al moet ge kruipen ! De tweede helft van het parcours kende ik van de vorige jaren. Dat was immers hetzelfde als de 5 km. De laatste kilometer – die ik in trainingen altijd als snelste loop ! – liep het van geen kanten. Plots hoorde ik mijn naam. Slakjes (Sven!) stond langs de kant en ik riep hem iets toe als ‘het gaat niet meer !’… Genoeg voor SlakjeJogt om de gentleman in hem naar boven te laten komen en onmiddellijk in gang te schieten om mij die laatste kilomter te laten lopen. Het werkte. Ik zuchtte en pufte en hij : nog even, ge zijt er bijna, ge doet dat goed. Wat een luxe zeg ! En toen zag ik de matten. En perste er nog een sprintje uit. Ik kon SlakjeJogt wel omhelzen, maar omdat wij elkaar alleen virtueel kennen en ik Kampioen Zweet was, heb ik maar een schouderklopje gegeven en veeeeeeeeel merci gezegd. Mijn nettotijd is uiteindelijk (vgls GVA én Garmin) is 1:03:56, wat mij op 9,1 km per uur bracht.
Best teleurstellend, omdat ik de voorbije weken alle 10km lopen beter gelopen heb ! Ontgoocheld ook omdat de stress mij iedere keer zo om de oren (benen !) slaat en ik merkelijk slechter presteer op wedstrijden (en zelfs een weblogmeeting !) dan thuis op mijn eentje.
Anderzijds : we gaan er gewoon voor. Een ontgoocheling is gewoon … een bladzijde omslaan en verder doen.
(hier de cijfertjes)