Lopen met Spotify op : de kost

Onlangs liep ik heerlijk met Spotify op ‘m smartphone. Er staat gigantisch veel muziek op mijn smartphone, daar niet van, maar ik had gewoon zin “in iets anders” en wel in het onverwachte.

Want Spotify heeft immers ook de categorie “Stemming” en daar kan je vb. kiezen voor voor ‘work-out’ muziek met nog allerlei varianten erbij.

Ik was content. De beat zat er goed in en de meeste muziek kende ik gewoonweg niet. Anderzijds moet ik er meteen bijzeggen dat ik die muziek ook niet zou kopen. Allemaal goed voor even, soms verrassend en soms wat minder, maar niet goed genoeg om allemaal te kopen. Wél fijn om nieuwe muziek te leren kennen.

Eerst en vooral : dat ging goed. Ik heb de muziek zonder onderbreking gehoord. Zonder onderbreking hier in de zin van technische mankementen of onderbreking door een slechte internetverbinding. En nee, ik heb géén 4G (voor zover die er in Vlaanderen al zou zijn). Nu en dan zat er een stukje reclame tussen, maar eerlijk : Spotify overdrijft niet. Het valt dik mee. En dat ik reclame hoor is enkel en alleen omdat ik het gratis abonnement heb en niet het betalende (10 euro per maand).

Maar dat streamen, hoeveel zou dat kosten ? Verbruikt dat eigenlijk veel ?

Uit onderstaande grafiek blijkt dat een uur Spotify 42 MB verbruikt. Naargelang het abonnement je hebt moet je nu gaan rekenen.

Ik bel zelden en heb een pre-paid kaart van Aldi waar ik voor 4 euro 400 MB koop (1 maand geldig). Snel gerekend kost 1 uur Spotify mij dus 42 cent. Daar kan ik best mee leven. Het hoeft trouwens ook niet altijd Spotify te zijn.

http://www.4g.nl/nieuws/4g-dataverbruik-hoeveel-mb-heb-ik-nodig/

Wil je graag weten hoeveel andere toepassingen als YouTube etc. verbruiken. Klik dan hier.

Lopen tijdens de nacht

Ik lig dikwijls wakker ‘s nachts en dan “loop ik in gedachten”. Soms denk ik dat ik beter echt zou gaan lopen, ja zo midden in de nacht. Maar dan denk ik meteen : is het wel veilig, zo lopen ‘s nachts ? Ik woon tenslotte in een dorp en niet meer in een stad (Leuven).

Maar na enig nadenken besloot ik dat mijn dorp veiliger is dan Leuven en wel om de simpele reden dan er gewoon geen kat op gang is. Of het moest een loper zijn met z’n hond.

En van lopers heb ik geen schrik !

nachtloper

nachtloper

Ik kan wel niet langs mijn ‘gewone’ landelijke wegen lopen, want daar is het wel héél desolaat en echt verlicht is het ook niet. Maar zoals elk dorp hebben wij een dorpskern.

20141015dorpskern

En natuurlijk is er ook altijd eentje van wacht …

20141015vanwacht

 

No need to fear dus !

Het fietske als anti-stressmiddel

Ha, dat fietske van mij, daar blijf ik het maar over hebben. Geen tijd voor grote avonturen vandaag, maar toch tijd om wat verderop van huis de fiets uit te vouwen (hij blijft dezer dagen weer gewoon in de koffer zitten) en te genieten van het goede weer.

Het werd een toplocatie, zijnde dan nog zo dicht bij het huisfront ! Linkhout, oftewel langs het Schullensmeer. Dat meer, daar zijn we wel nog geweest, en ik droom al van de eerste les windsurfen die ik daar zal krijgen, maar dat de omgeving nog mooier was, dat had ik niet verwacht !

20141010 Linkhout

 

 

20141010 Linkhout bloem2

 

Fiets Linkhout1

Het was maar een heel kort tochtje, zo’n kleine 20 kilometer. Maar hé, ik kwam als een nieuw mens terug thuis. Het deed deugd, zo’n portie wind en zo’n zalige herfstdag waar je nog gewoon in een T-shirt kon rondrijden.

Redders gezocht !

“Mijn” zwembad zit in crisis ! Dat was al een tijdlang zo, want Scherpenheuvel wil niet langer investeren in z’n zwembad en gaat tot sluiting over. In 2016. Dus oef, we kunnen nog wat verder !

Maar nee, nu gaan ze de uren NOG inkrimpen en het totale aantal zwemmers op 49 bregen. De reden ? Omdat er geen redders genoeg zijn. Dus wie zonder werk zit of tijd over en een centje wil bij verdienen : meld u aan als redder en maak heel wat zwemmers gelukkig !

Alleen vrees ik dat dit niet het hele (politieke) verhaal is en het tekort aan redders gewoon een excuus is om geld te verdienen aan zieke werknemers. Ze niet vervangen is veel goedkoper. En wie ligt er nu wakker van een zwemmer zonder zwembad ?

 

Drukte in mijn hoofd

Het was druk in mijn hoofd de laatste weken. Zo druk dat het wel leek alsof er nu en dan kortsluiting door mijn hersenen ging en een paar keer vreesde ik dat ze, bij wijze van spreken, zouden ‘uitvallen’.

Het was niet zo dat er bijzondere problemen waren of dingen die ik niet kon oplossen. Integendeel, daar zat het helemaal goed. Alleen hield het niet op. Ik keek en zag problemen. Niet erg, want ik zag ook oplossingen. Ik keek en zag mogelijkheden, om dinger beter te maken, om het niveau op te tillen. Ik heb een paar keer gedacht dat het wel zou over gaan, als probeem x opgelost zou zijn, deadline y gehaald. Maar er kwamen alleen maar nieuwe problemen en meer uitdagingen. Tenminste, zo vertelde mijn oog en het zit er dik in dat ik moet leren om de lat lager te leggen en niet alles moet proberen op te lossen. Leren dat ‘als het draait‘ het ook goed is. Dat het onmogelijk is om overal een tandje bij te zetten – hoe graag ik dat ook zou willen.

Ik wil de dingen graag beter maken. Ik werk graag. Ik heb het moeilijk om iets te zien dat ‘beter zou kunnen’ zo te laten.

Ik zou dat altijd willen doen : alles beter en mooier maken, maar de klok wil niet mee en het zag er naar uit dat mijn geest ook niet mee wou. En veranderen zou het ook niet. Het kan àltijd beter. Frustrerend vind ik dat.

De komende week stond er echter een extra vakantiedag op de agenda en omdat ik langzaam door heb dat alles wat ik wil doen onmogelijk is, ben ik naar zee geweest.

Ik begon er met een kleine fietstocht. Ik genoot van de zeewind maar vooral van de open vlakte. Ik heb de drukte van de stad (Leuven) al zo’n 8 jaar geruild voor de rust van het paltteland, maar ik blijf werken in een omgeving waar drukte (800 mensen op een relatief kleine oppervlakte) eigen is aan het werk, dus vertoeven in een vierkante kilometer met misschien maar 5 mensen een een paar koeien, dat is waarlijk heerlijk.

Zaterdagmorgen begon met een looptraining aan het strand. Ik koos ervoor om het schema niet te volgen maar te doen waar ik zin in had, en dat wat een tempoloop (vreemde keuze vind ik nu). Het was een en al genieten, ook al was het soms ploeteren in het zeezand en schoot mijn hartslag de hoogte in.

wpid-wp-1412446578487.jpeg

Eenmaal terug “thuis” (een fijne Bed and Breakfast) kon ik bijna niet wachten om op de fiets te springen. Het leek alsof alle drukte in mijn hoofd er uit moest via het lichaam. Ik kon niet genoeg krijgen van de zeelucht ! Dus snel gedouchet en hup de fiets op ! Mijn heerlijk onnozel plooifietsje waar ik zo gek van ben omdat het mij al op tal van avonturen (en uitstappen) heeft vergezeld.

Ik fietste richting Oostende maar na zo’n 15 kilometer wist ik niet goed hoe ik Oostende moest binnenrijden, gezien de grote vaargeul. Ik ontmoette andere fietsers en die zeiden ‘Volg ons maar, we nemen de veerboot’. De veerboot ? In Oostende ?

Zalig ! Het herinnerde me meteen aan een vorige veerboottocht met Edith, die toen met eenzelfde fietsje met mij een stukje Zeeland fietste.

wpid-wp-1412446877397.jpeg

Eenmaal in Oostende reed ik wat rustig op de dijk maar het was mij daar al snel te druk. Wat een geluk dat ik niet geboekt had in Oostende (iets wat ik meestal enkel doe als ik met de trein kom, want dan is Oostende wel net zo handig). Het waren er koopjesdagen en er stond een heuse kermis.

Toch heb ik even een bankje gedaan op de dijk en heb ik gewoon genoten van het zicht op zee.

20141004_141506

Ja, die fiets staat er weer prominent op, ik moest ‘m ook in ‘t oog houden, gezien ik het slot niet gebruikte ! 

 

En dan teruggefietst naar de Bed en Breakfast. Al bij al zo’n 30 km op en neer aan 20 km per uur met zo’n fietsje. Nee, ‘t is niet dat je daar snelheidsrecords gaat mee breken met zo’n ding – maar hij past wel in mijn piepkleine koffer !

De zee, wat doet dat deugd. Lopen ! Fietsen ! Natuur ! Wind !

Ik denk dat ik daar een pak drukte heb achtergelaten. En een pakje rust weer meeneem naar huis. Dankjewel zee !

 

Dwars door Mechelen

Ergens begin augustus heb ik er weer een serieus gedacht van gemaakt. Minimaal 3 keer lopen per week en een schema voor Dwars door Hasselt, de 10 km. Ik koos voor een schema van Garmin zelf en opteerde voor ‘Lopen op hartslag’. Tien kilometer in Hasselt ergens in oktober, dan zou 5 km in Mechelen, zo’n 3 weken voor Hasselt, ook wel lukken. Goed plan dus : methode en doel !

Maar omdat ik eigenlijk nooit gestopt was met lopen (gewoon niet meer zoveel) en al zeker niet met sporten (dat in de zomervakantie altijd piekt in volume), was het eigenlijk geen probleem om snel weer aan 5 km te zitten. Nog lang voor Mechelen in zicht was liep ik die weer zonder veel inspanning, zij het niet al te snel, maar daar wil ik mij geen zorgen in maken.

Omdat ik ook bewust met tijd wil omgaan was de rekensom al gauw gemaakt : naar Mechelen gaan zou mij een halve dag kosten. De weg naar Mechelen (45 minuten, enkele rit,  in het beste geval) parkeren, inschrijven, wachten op de start (je moet toch ook een beetje op voorhand zijn) en dan ook weer terug van Mechelen Centrum naar de parking aan de rand van de stad, enzovoort. Mechelen als wedstrijd is oké, zeker de 5 km is gevariëerd (ik liep er zowel de 5 als de 10 verschillende keren), maar deze morgen – met een stralende zon – besloot ik dat het Dwars door Rillaar zou worden. Vertrokken vanaf mijn huisdeur,  meer gelopen dan de 5 km, douche en al, het heeft mij alles samen 1 uur gekost.

En laat ik maar meteen zeggen : Rillaar is ook schoon én ik had er alle wegen voor mezelf, hélemaal ! En supporters waren er ook !

Plaats genoeg voor mij !

Plaats genoeg voor mij !

 

Trouwe supporters !

Trouwe supporters !

 

Start to Walk : voor wie (flink) wil wandelen

Ondertussen wandel ik al flink wat jaren naast het lopen, fietsen en zwemmen. Over de voordelen ga ik het hier niet hebben, maar gewoon wat tips voor wie wil (beginnen met) wandelen.

Waar en hoeveel te wandelen ? Drie tips !

  1. Het makkelijkst is natuurlijk om te wandelen in je eigen dorp/stad. Via Open Fietsmap leer je de kleinste wegeltjes kennen, sommige heb ik jaren voorbij gelopen tot ik ze op deze kaart zag staan. Laat je niet misleiden door ‘fiets’ map, er staan evengoed tal van onverharde wegen door akkers op. Voordeel : dichtbij en je bepaalt zelf je afstand. Je kan deze kaart ook gebruiken om wandelroutes te downloaden op je wandelGPS of smartphone, maar dat hoeft zeker niet.
  2. De wandelknooppunten. Heel wat streken kennen wandelknooppunten die volgens hetzelfde systeem werken als de fietsknooppunten. Een kaart kopen kan handig zijn maar hoeft helemaal niet. Druk de nummers af via de site (of schrijf ze over).
  3. Aktivia. Via de wandelagenda vind je waar er ten lande (en soms ook Nederland) wandelingen georganiseerd zijn door wandelclubs. Het systeem werkt als volgt : je gaat naar de startplaats (zie site), schrijft je in (1 tot 2 euro) en je kiest een van de voorgestelde afstanden. Er is een vrije start, meestal van 7 tot 15 uur. De afstanden variëren van 3 tot boven de 50 km. Zo wat alle organisaties hebben verschillende afstanden. Ook al wordt dit door wandelclubs georganiseerd, je hoeft geen lid te zijn. Soms betaal je als niet-lid een halve euro meer. Er zijn meestal ‘rustplaatsen’ voorzien waar je tegen zeer democratische prijzen soep, drank en een broodje kan kopen. Omdat je vertrekt wanneer je wil, wandel je in principe alleen, maar ook weer niet, want deze wandelingen kennen veel deelnemers.
    Veel gemak hier (want je hoeft niets voor te bereiden) en je bent ook gerust : mocht er zich iets voordoen dan ben je niet moederziel ergens ten velde. En veel proviand hoef je ook al niet mee te doen, al is het daar helemaal oké om je eigen boterhammen en drank mee te brengen.

Uitrusting

  1. Wandelschoenen.  Het echtgenootje en ik wandelen al jaren en onze ideeën over wat de beste wandelschoen is (laag of hoog) zijn heel verschillend, wat er alleen maar op wijst dat je wat moet zoeken tot je die schoen vindt die voor jou het beste is. Zelf heb ik al jarenlang twee paar : lichte zomer wandelschoenen die niet waterdicht zijn en waterdichte zwaardere. Als je kilometers lang in de regen loopt en je schoenen zijn niet waterdicht, dan krijg je snel blaren. Maar gelukkig regent het niet altijd ! Ik wandel steevast met speciale wandelsokken, bij lange afstanden en warme temperaturen zeer welkom, ook al om blaren te vermijden.
  2. Ik draag een klassieke trekkingbroek, puur voor het gemak. Door te ritsen kan ik ze korter maken. In de zakken kan ik makkelijk iets kwijt.  Het lief zweert dan weer bij een jeans, iets wat ik absoluut niet wil dragen wegens gevaar van schuren en te strak. Kortom : iets dat makkelijk zit !
  3. Laagjeskledij : niet zoals bij het lopen. Zweetabsorberend. Ik geef onmiddellijk toe dat hier ook de ‘huisvrouw’ in mij spreekt. Dergelijke kledij hoeft niet gestreken en dat vind ik een groot voordeel.
  4. Regenkledij. Dit is lange tijd een moeilijke geweest en wij hebben tal van outfits. Lange tijd heb ik dit gedragen (zij het in een vrolijker kleurtje).

    Het voordeel is dat je in principe ‘goed ingepakt’ bent en je beide armen nog vrij hebt, in tegenstelling tot een cape. Wanneer het lang regent of wanneer ik weet dat de kans groot is dat het lang zal regenen dan gebruik ik dit nog.

    Maar in de zomer kan het soms regenen en een kwartier later is daar de volle zon weer en dan weer regen enzovoort. In de zomer draag ik meestal een cape (Ikea). Tijdens de Vierdaagse van de IJzer heeft deze me helemaal overtuigd.

    Het voordeel zit in de snelheid van aantrekken. Zo’n poncho gaat overal over : ook over je rugzak. Soms heb je plots ‘volle bak regen’ en dan zit je als het ware in je eigen ‘tentje’. Je zweet er minder in dan in de voorgaande die toch strakker rond je armen zit. Je kan zonder problemen aan je heuptas (om er iets uit te halen) als je die draagt.

    Het lief en ik combineren onze regenkledij al jarenlang met een regenhoed. Zo’n kap als hierboven belemmerd wel wat het zicht blijft ook niet zo goed zitten.
    Deze (Decathlon) vinden wij de max :

  5. Rugzak of heuptas ?
    Bij lange tochten zweer ik bij een rugzak. Het voordeel is evident : er kan meer in. Nu zijn er tal van rugzakken en ook hier zijn er een heleboel de revue gepasseerd. Ondertussen zweren we bij deze

    Vooreerst is er verluchting voorzien tussen je rug en de rugzak. Verder zijn er aan de zijkanten zakjes voor je flesje water. Met een beetje oefening neem je zo’n flesje uit de rugzak zonder dat je je rugzak uit moet doen. Er is een stevige heupgordel : bij lange afstanden echt wel nodig. In de heupgordel bevindt zich een klein zakje, prima voor wat centen, je fototoestel of GSM. Daar kan je dan weer bij zonder de rugzak uit te doen. Wij zijn geen Nordic Walking wandelaars, maar de rugzak is voorzien voor het hechten van stokken, mocht je dit willen. Verder is er een regenhoes voorzien.

    Bij korte < 20 km tochten ga ik voor de heuptas, want hoe goed zo’n rugzak ook is, ik heb liever mijn rug vrij. Het voordeel van een heuptas is dat je aan alles goed kan. Je hoeft dus niet te stoppen. Heuptassen bestaan er in allerlei formaten, die van mij is nogal redelijk groot. Ik kan er mijn regenkledij in kwijt en ook mijn boterhammen en water. Digitale aparatuur krijgt extra bescherming (vooraan).

Maar in alle eerlijkheid : met stevige schoenen en goedzittende kledij kom je al een heel eind !